Oude liefde roest niet
2015-09-18 15:54:59

We praten tegen onze autoVoor veel autobezitters is hun eerste eigen auto meer dan een voertuig op vier wielen: het is hun eerste grote liefde. 45% houdt net zoveel van zijn auto als van zijn levenspartner. Herkenbaar? En wat herinner jij je als je aan je eerste auto denkt?
Als je het over de aanschaf van je eerste auto hebt, neem je dan woorden als ‘liefde op het eerste gezicht’ in je mond? En als je aan het afscheid van je eerste auto denkt, was dat dan één van de meest sombere dagen in je leven? Altijd gedacht dat je één van de enige was die diepe gevoelens koestert voor die eerste eigen auto?

Als het beestje maar een naampje heeft

Maak je geen zorgen, je bent niet alleen. Mensen bouwen namelijk een band op met hun vierwieler. We zijn gemiddeld vier jaar van ons leven bezig in- of aan onze auto. Voor ons echte autoliefhebbers ligt dat waarschijnlijk nog veel hoger. Je kent het wel. Even snel de auto poetsen loopt al snel uit tot een hele dagtaak, want ‘dat heeft ‘ie wel verdiend’.
Wij hebben de neiging om onze auto te personaliseren. Voor ons is het meer dan een ding dat op de markt is gezet om mensen te vervoeren. Het is het maatje dat we niet kunnen missen in ons leven.
En voor je maatje doe je alles. We geven ‘m allereerst een toepasselijke naam, 25% doet dat. Wie kent Herbie niet? De Volkswagen Kever die de hoofdrol speelt in een reeks Disneyfilms, Of K.I.T.T, de super geavanceerde auto uit Knight Rider. Uit onderzoek blijkt dat voor Nederlanders over het algemeen het merk van de auto de doorslag geeft (“K’tje” voor een Ford Ka of “Benzje” voor Merdeces-Benz), maar Koekblik, Racemonster en Gebakje vullen de top-drie populaire autonamen. Een leuk feitje: een oranje auto wordt vaak Garfield genoemd.

Jij zorgt voor mij, ik voor jou

Bijna 28% van autorijdend Nederland praat wel eens tegen zijn eigen auto. We praten hem onderweg moed in (“Kom op, nog een klein stukje en dan mag je even uitrusten”) en geven hem complimentjes als we op de plek van bestemming aankomen (“Zo, dat hebben we weer mooi gedaan”). Je hebt jezelf er vast wel eens op betrapt je auto te vragen of hij dorst heeft voordat je het tankstation inrijdt.
Om het nog iets persoonlijker te maken, geven we hem wel eens liefkozend een aai of schouderklopje voor ‘zijn inzet’. We praten hier in de mannelijke vorm, want het merendeel van de autobezitters vindt dat zijn auto een ‘hij’ is.
Trouwens, 31% van de Nederlandse mannen zou, als ze de keuze hebben, een droomvrouw laten staan voor een droomauto. Kun je nagaan hoe gretig zij zijn voor die mooie wagen. Of heeft het toch met het grote cliché te maken dat je met je droomauto automatisch die droomvrouw ook te pakken krijgt? Helaas, dat is niet bekend.
Onze liefde voor onze auto